Door: Lisa Vermeer, Europa decentraal, kenniscentrum Europees recht en beleid voor decentrale overheden
Er mag in Nederland sinds 26 maart 2008 een eigen bijdrage worden gevraagd voor medische kosten als gevolg van werkgerelateerde ongevallen en ziekten, zoals RSI. Op die dag is het wetsvoorstel voor het opzeggen van deel VI van de Europese Code inzake sociale zekerheid van de Raad van Europa uit 1964 goedgekeurd door de Tweede Kamer. De opzegging van dit deel volgt op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), die bepaalde dat een dergelijk eigen bijdrage in strijd is met de Europese Code. Dit raakt decentrale overheden in hun rol als werkgever.
Nederland is door de opzegging niet meer gebonden aan de bescherming van werknemers op het terrein van arbeidsongevallen en beroepsziekten zoals vastgelegd in de Europese Code, maar nog wel aan de verplichtingen die zijn neergelegd in het Verdrag betreffende de prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten op het gebied van ziektekostenvergoedingen (IAO-verdrag nr. 121). Deze normen zijn echter minder streng dan de bepalingen in de Europese Code. Aan deze Code ligt de visie ten grondslag dat beroepsrisico's in het algemeen niet door de werknemer behoren te worden gedragen. Dit maakt het heffen van een eigen bijdrage voor medische zorg in strijd met de Code.
Tegelijkertijd met het opzeggen van deel VI uit de huidige Europese Code is de nieuwe, herziene Code bekrachtigd, die volgens minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) beter aansluit bij het Nederlandse socialezekerheidsstelsel. De herziene Code is in 1990 goedgekeurd door veertien Europese landen, maar moet nog wel geratificeerd worden door ten minste één van de andere betrokken landen voordat hij in werking kan treden. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt hier naar eigen zeggen hard aan.
De Europese Code streeft naar een verzekering van een minimumniveau aan bescherming op het sociaal gebied. De belangrijkste hoofdstukken in de herziene Code hebben betrekking op de negen traditionele takken van sociale rechten: medische zorg; uitkeringen bij ziekte, werkloosheid, ouderdom en invaliditeit; uitkeringen en verstrekkingen bij arbeidsongevallen, beroepsziekten en moederschap; gezinsbijslagen, en ten slotte uitkeringen aan nagelaten betrekkingen. De Code bevat voorschriften ten aanzien van de uitkeringen en in deze takken.
Nederland is de eerste van de groep landen die de herziene Code bekrachtigt en zich daarmee internationaal vastlegt aan minimumstandaarden voor sociale zekerheid. Dat nog geen enkel ander land de herziene Code heeft bekrachtigd, komt volgens het ministerie van SZW doordat veel landen druk bezig zijn met het hervormen van hun eigen socialezekerheidsstelsels. Hierdoor is er geen animo voor het aangaan van internationale verplichtingen op dit gebied. Dat Nederland zich nu wel verbindt aan de Code sluit aan bij de conclusies van een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De OESO stelt dat structurele hervorming van de sociale zekerheidsstelsels in vrijwel alle landen van de EU hard nodig is om de Europese economie gezond te houden. Nederland wordt in het rapport aangehaald als één van de weinige landen waar hervorming goed is uitgevoerd. De bekrachtiging van de herziene Code is een signaal dat Nederland klaar is zich internationaal te binden op het gebied van sociale minimumeisen.
Meer informatie:
Website OESO over structurele hervorming in Europa
Kamerstuk 31267, nr.6 ‘Goedkeuring van de opzegging van deel VI van de (…) Europese Code (…).
Bron:
Kamerstukken, Parlando dossier 31267 |